De vesting van Mardin: het „Adelaarsnest“ boven Mesopotamië
Op een kilometerhoge rots, die steil boven de vlakte van Mesopotamië uittorent, staat Mardin Kalesi – het 'Adelaarsnest', zoals de lokale bevolking het noemt. Van hieruit is de Iraakse grens te zien, en juist van hieruit werd de honingkleurige stenen stad eeuwenlang bestuurd. De Artukiden maakten van Mardin hun hoofdstad, de Ottomanen onderhielden er een garnizoen, vandaag staat er een NAVO-radar op de top en blijft de vesting een militair gebied — maar zelfs de klim naar de muren is de moeite waard, alleen al voor het uitzicht en het panorama.
Geschiedenis van de vesting
Mardin Kalesi is een van de oudste nog steeds in gebruik zijnde vestingwerken in Zuidoost-Anatolië. De leeftijd wordt geschat op ongeveer 3000 jaar: de eerste vestingwerken op deze rots worden toegeschreven aan het Assyrisch-Arameïsche tijdperk. Volgens een lokale legende werd de vesting in de 4e eeuw v.Chr. gebouwd door de Babylonische zoroastrier Shad Bukhari, die op deze top van een ziekte genas.
De documentair bevestigde bouwfasen beginnen bij de Hamdaniden-dynastie in de 10e eeuw. De bloeitijd van de vesting valt in het tijdperk van de Artukiden (11e–13e eeuw): zij maakten Mardin tot hoofdstad van hun beylik en maakten van Kalesi een volwaardige 'bovenstad' met paleizen, moskeeën en waterreservoirs. Na de Artukiden kwam de vesting in handen van de Ayyubiden, de Mongolen, de Ak Koyunlu en ten slotte de Safaviden en de Ottomanen. Selim III voerde aan het einde van de 18e eeuw een gedeeltelijke restauratie uit.
In de 20e eeuw werd de vesting een militair object. Tijdens de gebeurtenissen van 1915 werden de ruimtes van de citadel volgens verschillende bronnen gebruikt als gevangenis voor gearresteerde Armeniërs. Sinds het midden van de 20e eeuw is Mardin Kalesi een gesloten militair gebied, waar nu NAVO-radarstations zijn gevestigd. Sinds 2008 worden er regelmatig plannen besproken om het monument open te stellen voor bezoekers, maar deze stuiten vooralsnog op de militaire status.
Architectuur en bezienswaardigheden
De rots en de muren
De citadel ligt op een lange, tafelvormige rots (ongeveer 1200 m boven zeeniveau, met een hoogteverschil van 1000 meter ten opzichte van de vlakte). De muren lopen langs de rand van de afgrond en zijn op de meest kwetsbare plaatsen versterkt met rechthoekige torens. Het metselwerk bestaat uit verschillende fasen: Artukidische blokken van geelachtige Mardin-kalksteen staan naast latere reparaties.
Artukidische bouwwerken
Binnen het fortterrein zijn de ruïnes van Artukidische paleizen, moskeeën en cisternen bewaard gebleven. De bekendste moskee is de kleine Kale Camii uit het Artukidische tijdperk, die gedeeltelijk tot op de dag van vandaag bewaard is gebleven.
Toegangswegen en poorten
De belangrijkste klim naar de vesting loopt via een kronkelweg vanaf het bovenste deel van de oude stad. Enkele niveaus van de poorten zijn gedeeltelijk bewaard gebleven; het moderne leger gebruikt een ervan voor dienstdoeleinden. Toeristen worden doorgaans slechts tot een bepaald punt op de helling toegelaten.
Panorama
Vanaf de hellingen onder de muren ontvouwt zich een van de meest indrukwekkende panorama's van Turkije: de golven van honingkleurige stenen huizen van Mardin, de turkooizen koepels van de madrasa's, en verderop de eindeloze Mesopotamische vlakte en de zilveren draad van de Tigris.
Interessante feiten
- De lokale bijnaam van de vesting is "Kartal Yuvası", "Adelaarsnest": bij mooi weer kun je vanaf hier tot 100 km diep in Mesopotamië kijken.
- In het tijdperk van de Artukiden bevond zich binnen de vesting een volwaardige 'bovenstad' met een paleis, moskeeën en badhuizen — in feite een residentie van de dynastie die parallel liep aan Mardin.
- Op het terrein van de vesting bevinden zich een actieve militaire basis en een NAVO-radarstation — daarom is volledige toegang voor toeristen verboden.
- De citadel staat op een rots van ongeveer 1200 m boven zeeniveau en bijna een kilometer boven de vlakte – dit is een van de grootste absolute hoogteverschillen in de vestingwerken van de regio.
- De oude stad Mardin staat op de voorlopige lijst van UNESCO en de vesting wordt beschouwd als een sleutelelement van het stadsbeeld.
Hoe er te komen
De vesting ligt in de wijk Artuklu van de stad Mardin, coördinaten 37°18′56″ N, 40°44′33″ O. Je kunt te voet naar de voet van de vesting klimmen vanaf de bovenste straat van de oude stad (1. Cadde) – de steile klim duurt 30–45 minuten. Met de auto leidt de weg naar een van de uitkijkpunten net onder de militaire zone.
De dichtstbijzijnde luchthaven is Mardin (MQM), op ongeveer 20 km afstand. Van Diyarbakır naar Mardin is het ongeveer 100 km over de snelweg. De oude stad is gemakkelijk te voet te verkennen: alles ligt dicht bij elkaar en elke wandeling brengt je vroeg of laat naar de helling onder de burcht.
Tips voor reizigers
Houd er rekening mee dat toeristen doorgaans niet binnen de vesting worden toegelaten: dit is een actief militair gebied. Maar zelfs de toegangswegen naar de muren en de terrassen onder de steile rotswanden bieden ongelooflijke uitzichten en een bijzondere sfeer. Probeer geen militaire objecten, antennes en soldaten te fotograferen – dit is verboden en kan tot problemen leiden.
De beste tijd om te bezoeken is de lente (maart–mei) en de herfst (oktober–november). In de zomer wordt de stenen stad gloeiend heet tot 40 °C, in de winter waait er een koude wind en valt er soms sneeuw. De zonsondergang vanaf de terrassen onder de vesting is een must: de honingkleurige stenen gloeien oranje-goud en de Mesopotamische vlakte verdwijnt in de nevel.
Combineer uw bezoek met een wandeling door het oude Mardin: de Zinciriye-medrese, de Ulu Camii, de Forty Martyrs-kerk en de bazaar. Voor een bezoek aan het hele historische centrum, inclusief de klim naar de vestingmuren, moet u minimaal een hele dag uittrekken.
Draag antislipschoenen met profiel: de stenen van de oude stad en de paden naar de vesting zijn door de eeuwen heen gladgesleten. Neem water mee: op de bovenste hellingen zijn geen kiosken.